De Vlaamse regering koos in 2015 resoluut om een nieuw stelsel van duaal leren in het secundair onderwijs te ontwikkelen, als kwaliteitsvol alternatief naast de bestaande 'klassieke' onderwijsstelsels. Concreet: de lerende in een duale opleiding brengt een groot deel van zijn tijd door in het bedrijf (op de werkplek). Hij/zij verwerft daar dus het grootste deel van de competenties.

 Dit systeem kan op twee manieren:

  • Leerlingenstageovereenkomst alternerende opleiding (minder dan 20u/week op de werkplek);
  • een Overeenkomst Alternerende Opleiding of een OAO (vanaf 20u/week op de werkplek). 

Via een OAO bouwt de jongere socialezekerheidsrechten op en krijgt hij een vergoeding (max. 528,6 euro/maand).

De sectorale partnerschappen beheren de OAO-contracten. Een sectoraal partnerschap is samengesteld uit sectorale sociale partners, onderwijs- en opleidingsverstrekkers, VDAB, Syntra Vlaanderen en de departementen werk en onderwijs.

Om een jongere met een OAO aan te werven, moet je als bedrijf erkend zijn. Eén van de voorwaarden is een erkende mentor aan te duiden. Deze mentor kan ook in aanmerking komen voor een doelgroepvermindering. De doelgroepvermindering voor mentors is een lastenverlaging voor werkgevers die opleidingen op de werkvloer organiseren voor jongeren of hun leerkrachten en die daarvoor één of meer werknemers als begeleider/opleider inzetten.

Het overzicht van alle erkende bedrijven in de hout- en meubelsector staat op de stage- en werkleerplekdatabank

Vanaf september 2016 komen ook de jongeren uit leren en werken (DBSO) en de Syntra-leertijd onder het stelsel van de Overeenkomst Alternerende Opleiding.