Het Vlaams opleidingsverlof (VOV) geeft werknemers in de privésector onder bepaalde voorwaarden het recht om afwezig te zijn van het werk om een erkende opleiding te volgen, met behoud van loon. De werkgever kan voor de opgenomen en goedgekeurde VOV-uren een forfaitaire terugbetaling ontvangen van de Vlaamse overheid.
Vanaf schooljaar 2026–2027 gelden een aantal belangrijke nieuwe regels.
OPGELET: Terugbetalingsaanvragen via het WSE-locket voor opleidingen die starten in schooljaar 2026-2027 kunnen pas ingediend worden vanaf 15 oktober 2026.
Een werknemer kan een opleiding volgen:
Via dit zogenaamde gemeenschappelijk initiatiefrecht kan een voltijdse werknemer dus maximaal 250 uur VOV per schooljaar opnemen: maximaal 125 uur voor opleidingen op eigen initiatief én maximaal 125 uur voor opleidingen op voorstel van de werkgever.
Voor deeltijdse werknemers wordt het persoonlijke maximum berekend op basis van het tewerkstellingspercentage.
Vanaf schooljaar 2026–2027 kunnen deeltijdse werknemers opnieuw gebruikmaken van VOV wanneer ze minstens 50% van een voltijdse tewerkstelling werken.
Het aantal uren waarop ze recht hebben, wordt bepaald in verhouding tot hun tewerkstellingspercentage.
In schooljaar 2025–2026 gold tijdelijk een strengere voorwaarde: werknemers moesten minstens 80% tewerkgesteld zijn én gemiddeld minstens 28 uur per week werken. Die verstrenging vervalt vanaf schooljaar 2026–2027.
Ook weekendwerkers kunnen daardoor opnieuw in aanmerking komen voor VOV. Voor hen geldt wel een bijkomende voorwaarde voor de opname van VOV wanneer opleidingsuren en arbeidstijd moeten samenvallen.
Een opleiding geeft in principe recht op VOV wanneer ze bij de start van de opleiding geregistreerd is in de Opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives. Deze kan je hier raadplegen.
Vanaf schooljaar 2026–2027 zijn de inhoudelijke criteria aangescherpt. Opleidingen moeten voldoende arbeidsmarktgericht zijn.
De nieuwe criteria focussen onder meer op:
Niet alle opleidingen die vroeger voor VOV in aanmerking kwamen, behouden dus automatisch hun erkenning.
Controleer daarom steeds in de Vlaamse Opleidingsdatabank of de opleiding bij de startdatum nog recht geeft op VOV.
Onder meer opleidingen die de werkgever wettelijk of via een cao verplicht moet aanbieden om de werknemer het werk te laten uitvoeren, komen niet in aanmerking voor VOV.
Ook noodzakelijke aanpassingsopleidingen die uitsluitend dienen om werknemers te leren werken met interne systemen, tools of werkwijzen binnen hun huidige functie zijn uitgesloten.
Daarnaast geven volgende activiteiten geen recht op VOV:
Een opleiding moet in principe minstens 32 contacturen of lestijden of 3 studiepunten omvatten om voor VOV in aanmerking te komen.
Vanaf schooljaar 2026–2027 kunnen kortere modules alleen nog worden gecombineerd om aan die minimumduur van 32 uur te komen wanneer ze tot dezelfde opleiding behoren.
Modules uit verschillende opleidingen samenvoegen om de grens van 32 uur te bereiken, is dus niet meer mogelijk.
Voor onder meer mentoropleidingen gelden uitzonderingen op de minimumduur.
Vanaf schooljaar 2026–2027 kan een werknemer eenzelfde opleiding of opleidingsjaar in principe slechts één keer volgen met Vlaams opleidingsverlof.
Een uitzondering is mogelijk wanneer het certificaat door overmacht niet kon worden behaald.
Vanaf schooljaar 2026–2027 bedraagt het forfait dat de Vlaamse overheid aan de werkgever terugbetaalt €24,50 per goedgekeurd VOV-uur.
Ter vergelijking:
Vanaf schooljaar 2026–2027 gelden bijkomende voorwaarden voor bedrijfsinterne opleidingen.
Een opleiding wordt als bedrijfsintern beschouwd wanneer een werkgever een opleiding organiseert voor werknemers van de eigen onderneming en de aangeleerde vaardigheden in de eerste plaats gericht zijn op het functioneren binnen die onderneming.
Voor dergelijke opleidingen is een gunstig preadvies van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie (WEWIS) vereist.
De werkgever vraagt dit preadvies aan.
Wanneer de werkgever zelf ook als opleidingsverstrekker optreedt, geldt bovendien als bijkomende voorwaarde dat de opleiding de werknemer in staat stelt:
Ook bij opleidingen die met ondersteuning van WOODWIZE op de werkvloer worden georganiseerd, moet bekeken worden of ze volgens de Vlaamse regelgeving als bedrijfsinterne opleiding worden beschouwd.
Wanneer dat het geval is, moet er een gunstig preadvies zijn om VOV te kunnen toepassen.
WOODWIZE volgt de praktische toepassing van deze nieuwe regels verder op. Zodra er bijkomende duidelijkheid is over de praktische of eventuele sectorale aanpak van het preadvies, informeren we onze bedrijven hierover.
Raadpleeg hier de aanvraagprocedure VOV
De regelgeving rond het Vlaams opleidingsverlof kan nog wijzigen. Raadpleeg daarom steeds de actuele informatie op Vlaanderen.be en controleer voor de start van een opleiding of ze opgenomen is in de Opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives.
Heb je vragen over een opleiding van WOODWIZE of over een opleiding op de werkvloer? Neem dan contact met ons op.
